Zo nu en dan ga ik wel eens shoppen. En als ik ga shoppen, kom ik altijd wel met iets naar huis. Simpelweg omdat ik altijd wel een nieuwe broek/trui/… kan gebruiken. Nu was ik met mijn geldschieters al een tijdje tot de consensus gekomen dat ik best wel een nieuwe jas kon gebruiken. Oké, mijn toen nog huidige jas was niet echt versleten, maar ik had genoeg van mijn ‘plastieken vest’ zoals ik ze wel eens noemde.
Een zonnige zaterdagvoormiddag leek mij de perfecte alliteratie om te gaan winkelen. Ik reed met de wagen naar Gent en parkeerde hem aan mijn kot. Het was lekker zonnig dus ik besloot om langs het water naar de veldstraat te fietsen. De mensen genoten duidelijk van de eerste zon en ik genoot van de schaars geklede jongedames. Ook de Gentse Zakkenman -hij kent waarschijnlijk de plaatsjes met mooie dames als geen ander- slenterde langs het water. Het viel me op dat hij slechts in één hand een zak vasthield. “Ik doe hem straks mijn zak cadeau”, dacht ik bij mezelf en fietste vrolijk verder.
Ik kuierde door de winkelstraten, een blik werpend op de etalages, zoekend naar iets wat me zou kunnen bevallen. Aan de hand van de kleren die voorhangen in de etalage kan ik namelijk toch al min of meer uitmaken of het de moeite is om binnen te gaan. Na reeds vier verkoopsters te hebben teleurgesteld kwam ik weer bij een uitstalraam dat mij wel beviel. Ik keek op mijn horloge dat mij kwart na elf meldde. Nog tijd genoeg dus en ik stapte binnen… ( de schuifdeuren gaan bij mij altijd traag open ) .
Mijn ogen kruisten meteen met een meisje met zwart haar, zorgvuldig in een staart gebonden. Aangezien ze net als de verkoopsters een zwart pulletje en donkerblauwe jeans droeg, moest ze er ook één zijn. Ze droeg ook een naamkaartje en ze vouwde pulletjes; tot zover Sherlock Holmes.
Ik begaf mij naar de mannenafdeling waar ene Cindy -niet het meisje- mij vroeg of ze mij met iets kon helpen. “Ik zoek een jas, een stoffen jas, geen plastieken”, vertelde ik. Ook al klonk ik misschien lichtjes geïrriteerd, ik was het niet. Ik ben een passief shopper, dus verkoopsters (of eender iemand) zijn voor mij nodig. Voor de slechtverstaanders: passief shoppen houdt in dat iemand anders je kleren aanreikt en jij dan beslist of ze de moeite waard zijn om te passen. Nog voor Cindy mij de eerste jas kon aanprijzen als het ware haute couture, werd ze weggeroepen door het mooie meisje. “Ik kom zo terug“, riep Cindy mij nog toe.
Echter, het was niet Cindy maar mijn oogflirt die mijn richting uitkwam. “Cindy moest iets doen, ik kom u verder helpen”, zei ze vriendelijk. Wat? Pulletjes opvouwen? Dacht ik te zeggen toen ik Cindy bezig zag in de achtergrond, maar slikte mijn woorden in. “Ik zoek een jas, een stoffen jas, geen plastieken” zei ik tegen Julie; naamkaartje weet je wel. “Je hebt geluk”, zei ze, “voor mensen met jouw figuur is er altijd veel keuze”. Ze toonde me een eerste model. “Dit is dus wat ik noem een plastieken vest; ik wil een stoffen vest”, vertelde ik haar. Terwijl ze haar zoektocht verder zette naar een stoffen jas begon ze vragen te stellen. “Woon je in Gent of studeer je in Gent?”. Ik vertelde haar dat ik inderdaad op de UGent zat en welke richting ik deed. Ik kaatste de vraag terug. “Ja, Farmaceutica, 2e bachelor. Dit is mijn weekendjob.” antwoordde ze met haar zachte stem. “Oei, een farmaseutje” maakte ik de grap die ik zeker al tien keer gemaakt had in het verleden. Ze lachte en draaide zich om met een jas in haar hand: “Wat vind je hiervan, filoloog?”. “Goed, je snapt wat ik zoek, nu nog een mooi model uitkiezen” trok ik haar goede smaak in twijfel. “Zeg, moeilijken”, zei ze op een plagerige toon, en ze zocht verder. Mogelijk zei ze daarna nog iets, maar ik was te hard gefocust op haar mooi gevormd achterste omdat nog te horen.
De zesde jas wou ik wel eens aanproberen. Ze hield ‘m mij voor, zodat ik enkel nog mijn armen door de mouwen hoefde te steken. Ik keurde de jas in de spiegel en knikte goedkeurend. “Doe hem eens toe”, beval Julie mij en ze voegde zelf de daad bij het woord. “Het is belangrijk dat de jas goed aansluit, maar toch niet te strak zit.” Ik stamelde iets dat als “euhmhmm” moet geklonken hebben. “Jah, ik ben nog geen experte in mannen jassen, maar alleen door te oefenen zal ik het leren” zei ze op een ondeugende toon waarna ze me aankeek, haar wenkbrauwen één keer snel optrok en met haar tong sensueel haar lippen nat maakte. Mannen jassen… zou ze… neen… of toch?
Ik liet haar verstaan dat de jas goed zat, maar ze stelde toch voor om zelf eens te voelen. Veel tijd om na te denken over hoe in godsnaam ze dat zou doen had ik niet; het leek wel alsof mijn denkgedrag op mijn gezicht af te lezen viel. “Ik ga met mijn hand voelen hoeveel ruimte er zit tussen uw lichaam en uw jas”. Ze wachtte niet op mijn toestemming om tot deze daad over te gaan en liet haar hand langs de voorkant onderaan mijn jas binnenglijden. Hierbij streelde ze een plek die bij elke gezonde man nogal gevoelig is. Ik beet op mijn lip en keek even weg; maar in mijn rechterooghoek bemerkte ik haar ondeugende glimlach.
Na een grondige betasting was Julie zeker; de jas zat als gegoten. Ik besloot tot kopen over te gaan en wandelde naar de kassa terwijl Julie de “privé” binnenging. Ik rekende af en stopte de rekening samen met het wisselgeld in mijn portefeuille, waarna ik mijn fietssleutje in de hand nam. “Wacht”, riep Julie -ik herkende haar stem inmiddels wel- me na. Ze stapte op me toe en deponeerde een opgevouwen briefje in de zak waar mijn jas zat. Waarna ze afscheid nam met de woorden: “Bedankt en tot ziens.”. Dat ze dit zei met een zeemzoeterige ondertoon hoefde ik eigenlijk niet meer te melden. Helemaal van mijn melk, maar wel met een glimlach op mijn gezicht fietste ik naar mijn kot.
We zijn nu twee weken verder en ik, ik ben heel erg tevreden met mijn nieuwe jas. Hij past werkelijk perfect. En de Zakkenman? Die loopt nu rond met een zak met daarin het telefoonnummer van een geile farmaceute.
Hier past enkel een
HAHAHAHAAHAHAHAHAHAHAAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHA
Denk ik dan
Imo mag je nog van geluk spreken dat ze geen geneeskunde deed ^^
Waarom? Omdat ik dan het mopje niet kon maken? Makkelijk te vervangen door dingen als ‘doktertje spelen’.
Ey, zakkenman kan ook wel ne nieuwe jas gebruiken ze ^^.
Geef hem uw gabbervest.
Het briefje, kerel. Het briefje.
En, jah, de Julie’s van deze wereld =’)
Ah. Uw laatste zin blijkbaar overgeslagen. Goddamn! Teleurstellend!
Allee,
‘eind goed, al goed’.
Ge zijt wel de winkel vergeten te vermelden makker :p