Feeds:
Berichten
Reacties

Gary Jules – Mad World

Even bezinnen…

Te ver

Opmerking: Ondanks het vertelstandpunt en de persoonlijke toets gaat dit niet over mij en het zal voor zich spreken dat ik ook geen verdere hints kan geven over wie dit verhaal dan wel gaat. Pogingen zijn hopeloos. Lees en overpeins.

 

 

Aan het eind van mijn relaas zal je vast zeggen: “Je had het nooit mogen doen. Je had meteen duidelijk moeten zijn.” En ik weet, dit valt niet goed te praten. Ik vraag dan ook niet om medelijden of enig begrip. Ik ga gewoon, eerlijk en oprecht, vertellen wat en hoe het gebeurd is.

 

Het was ergens begin april. De eerste lentezon verlichtte de straten en de schapenwolkjes gaven de stralende lucht een speels karakter. Eindelijk was die verdomde paper af. Ik keek op de klok, die 9u55 aangaf, en besloot mijn meesterwerk nu al binnen te brengen. Ja, ik had pas les in de namiddag, maar dit gevoel van opluchting overheerste alles. Met enige trots schoof ik de papieren voorzichtig in mijn rugzak en ging de trap af. De fiets, de tram of te voet? Een mooie ochtendwandeling langs het water, waarom niet. U2 – Beautiful day, in de oren, lentekriebels in de buik. 

Dertig minuten later, het leken er vijf, gingen de schuifdeuren voor mijn neus open. Had er niemand gestaan, ik was de gang ingehuppeld; maar nu toch even niet. Mooi, werk binnen, langs de Veldstraat naar de Korenmarkt. Genoeg gewandeld, dacht ik bij mezelf, laat ik deze keer maar de tram nemen. Een beslissing die alles zou omkeren.

 

Ondanks dat er nog genoeg vrije zitplaatsen waren, stonden er toch een tiental mensen recht. Mensen die liever rechtstaan dan een bank te delen met een vreemde. Ik was ook niet meteen van plan mij naast de dubbelganger van de zakkenman te zetten of naast de de dame wiens haar wel een wasbeurt kon gebruiken. Mijn oog viel al snel op het meisje op de zitbank, net in het midden van de tram. Blik op oneindig, tas op haar schoot. “Les gehad of op weg naar?, vroeg ik.” -”Euhh, ja, gehad, biochemie” zei ze een beetje aarzelend. “Hoeveelste jaar?”. -”1e bachelor Biologie. Jij?” Ik vertelde haar wat ik deed, dat ik net mijn paper had ingediend en in een euforische stemming was. “Reden om te vieren dus”, zei ze. Ik bevestigde. “Toevallig zin om iets te gaan drinken?”.

Nog geen tien minuten later stonden we in de GB en pretendeerde ik een halve wijnkenner te zijn. Stiekem op zoek naar het etiket ‘Chardonnay’, maar dat hoefde ze niet te weten. Haar kot was niet zo groot, maar wel best gezellig. Ik knikte, “mooi”. “Ikea”, zei ze. Naarmate de fles halfleeg was kwam ik meer te weten over haar achtergrond. Vlaams-Brabant, één kleine zus en tennis in haar vrije tijd. Drie uur later kuste ik haar tot ziens. “Wacht!”, riep ze, “je nummer?”.

 

De dagen erna spraken we regelmatig af. ’s Middags en ’s Avonds. Babbelen, eten, glaasje wijn. Eens een Chablis, dan een Bordeaux. Rood, wit, rosé. Namijmeren over romantische komedies en de voorspelbaarheid ervan. Altijd op haar kot. Ik zou haar wel eens meenemen naar dat van mij, maar zei dat ik het dan eerst nog eens grondig moest poetsen. Het klikte wonderwel, het ging snel, te snel.

Afspraakje zeven eindigde om drie uur ’s nachts. Het weekend stond voor de deur, ik ging uit de deur. “Vang me op, want ik ben moe”, viel ze speels in mijn armen. “Daarom dat ik beter naar huis ga hé.” Afscheidskus en de fiets op naar huis, dacht ik. Traag en zacht drukte ze haar lippen op de mijne. Onverwacht. Op geen enkel moment had ik er aan gedacht dat er verliefdheid in het spel kon zijn. Ik had er nog niet bij stil gestaan of die studente biologie wel iets voor mij was. Er was een band, ze was niet onknap en ik was vrij. Dit flitste door mijn hoofd terwijl ik haar enigszins verlamd stond te kussen. “Tot maandag”. Op de terugweg naar mijn kot heb ik vast het record ’staren zonder knipperen’ gebroken.

 

Foute beslissing, alweer. Ik had haar eerlijk moeten zeggen dat ik niet meteen iets voelde. Maar ze was knap en spontaan; ik dacht: “het komt misschien nog wel.” Bovendien zou de vriendschap wel eens over kunnen zijn, als ik haar had gezegd dat het ‘misschien beter was om vrienden te blijven’. Maar het gevoel kwam niet en zij liet me steeds verder in haar gevoelswereld doordringen. Ik onmoette haar vrienden. Die vertrouwden me toe hoe gelukkig ze wel was. Ik speelde het spel mee en besefte tegelijk dat ik mijzelf ongelooflijk diep in de nesten had gewerkt. ‘Een spel’, het klinkt onrespectvol, ik was het ook.

Week drie, dinner by candlelight, Spaanse wijn deze keer. Haar kot, over dat van mij had ze het niet meer gehad, laat staan dat ze wist waar ik op kot zat. Het eten was met veel liefde bereid, maar een keukenprinses was ze toch nog niet. De sfeer werd iets intiemer, gelukkig hield ik er deze keer wel mijn hoofd bij. Het is te zeggen, ik herinnerde mij ‘plots’ dat ik de ochtend erna een extra oefeningenles had, die ik zeker niet mocht missen.  Ik was al te ver gegaan, nog verder gaan liet mijn geweten echt niet toe. Ik pakte mijn spullen en voelde mijn hart een tel overslaan toen ze zei: “Je kan misschien morgen eens blijven slapen… .” Dat zou de eerste nacht samen worden; dat zegt genoeg, dacht ik. De deur, tot morgen, knuffel en kus. Het zou de laatste zijn.

 

We hadden afgesproke om 20u30, maar ze wist dat ik niet altijd even stipt was. Ik had de vorige nacht geen oog dicht gedaan en ook de dag was razendsnel voorbij gevlogen. Geen flauw benul hoe ik hier onderuit kwam, en iedereen die ik om raad zou vragen had mij vast niet kunnen helpen. Er was ook niemand van mijn vrienden die van haar bestaan wist. Om 20u10 nam ik de tram. Wit kleedje, bruine botjes en een bruine riem. Dat was de outfit die ze droeg op de bus en die ze vast ook vanavond aan had. 20u17, de halte waar ik moest zijn. Dertig passen van haar deur, ik was nog nooit zo zenuwachtig geweest. Ik wilde aanbellen, maar trok mijn hand terug. Tien minuten te vroeg, zei ik tegen mijzelf. Een kleine wandeling zou mij misschien deugd doen. Het werd 20u30, 21u, 21u15 -een sms-, 21u30, een telefoontje. Ik nam niet op; schakelde zelfs mijn gsm uit. Uren heb ik op die bank aan het water gezeten. Het was al diep in de nacht wanneer ik naar huis wandelde, zoveel gedachten die door mijn hoofd gingen. Ik passeerde langs het huis waar ze haar kot had. In tegenstelling tot de rest van de huizen, was haar licht nog aan. Enige tijd later lag ik in mijn bed.

 

Sindsdien heb ik haar berichten onbeantwoord gelaten, oproepen laten rinkelen en ‘onbekende nummers’ genegeerd. Mijn voicemail durf ik niet te beluisteren en als ik naar de les ging nam ik een kleine zij-ingang of ik bleef gewoonweg op mijn kot. Mijn schuilplaats waarvan zij de locatie niet kende. Een gelukkig toeval, toch voor mij. Ik voel mij rot, nog steeds, maar ik heb geen recht van spreken. Wat ik haar heb aangedaan is bijna onmenselijk. Zomaar verdwenen uit haar leven. Bijna ironisch dat, hoewel ik aanvankelijk niets zei over mijn ware gevoelens zodat ik haar niet hoefde te kwetsen; ik haar uiteindelijk nog veel harder gekwetst heb dan ik ooit had kunnen denken.

 

 

Op een dag kom ik haar, of één van haar vriendinnen, nog wel eens tegen. Die gedachte bezorgde mij al meerdere nachtmerries. Ik kan de tijd niet terugdraaien, tot mijn grote spijt. Ik weet het, deze keer ben ik te ver gegaan. Echt te ver.

Hippies en pubers.

- “Kom je hier vaak?”
~ “Euhm, ik kom hier wel eens langs.”

~ “Jij?”
- “Soms; maar niet als de zon schijnt.”
~ “Ha, en waarom zou dat wel mogen zijn?”
- “De hippies en pubers die hier dan zitten.”
~ “Haha ja, ik weet wat je bedoelt. Maar het is hier toch aangenamer toeven bij mooi weer.”
- “Daar heb je een punt.”

 

 

 

De graslei bij regenweer.

Jassen

Zo nu en dan ga ik wel eens shoppen. En als ik ga shoppen, kom ik altijd wel met iets naar huis. Simpelweg omdat ik altijd wel een nieuwe broek/trui/… kan gebruiken. Nu was ik met mijn geldschieters al een tijdje tot de consensus gekomen dat ik best wel een nieuwe jas kon gebruiken. Oké, mijn toen nog huidige jas was niet echt versleten, maar ik had genoeg van mijn ‘plastieken vest’ zoals ik ze wel eens noemde.

Een zonnige zaterdagvoormiddag leek mij de perfecte alliteratie om te gaan winkelen. Ik reed met de wagen naar Gent en parkeerde hem aan mijn kot. Het was lekker zonnig dus ik besloot om langs het water naar de veldstraat te fietsen. De mensen genoten duidelijk van de eerste zon en ik genoot van de schaars geklede jongedames. Ook de Gentse Zakkenman -hij kent waarschijnlijk de plaatsjes met mooie dames als geen ander- slenterde langs het water. Het viel me op dat hij slechts in één hand een zak vasthield. “Ik doe hem straks mijn zak cadeau”, dacht ik bij mezelf en fietste vrolijk verder.

Ik kuierde door de winkelstraten, een blik werpend op de etalages, zoekend naar iets wat me zou kunnen bevallen. Aan de hand van de kleren die voorhangen in de etalage kan ik namelijk toch al min of meer uitmaken of het de moeite is om binnen te gaan. Na reeds vier verkoopsters te hebben teleurgesteld kwam ik weer bij een uitstalraam dat mij wel beviel. Ik keek op mijn horloge dat mij kwart na elf meldde. Nog tijd genoeg dus en ik stapte binnen…     ( de schuifdeuren gaan bij mij altijd traag open ) .

Mijn ogen kruisten meteen met een meisje met zwart haar, zorgvuldig in een staart gebonden. Aangezien ze net als de verkoopsters een zwart pulletje en donkerblauwe jeans droeg, moest ze er ook één zijn. Ze droeg ook een naamkaartje en ze vouwde pulletjes; tot zover Sherlock Holmes.

Ik begaf mij naar de mannenafdeling waar ene Cindy -niet het meisje- mij vroeg of ze mij met iets kon helpen. “Ik zoek een jas, een stoffen jas, geen plastieken”, vertelde ik. Ook al klonk ik misschien lichtjes geïrriteerd, ik was het niet. Ik ben een passief shopper, dus verkoopsters (of eender iemand) zijn voor mij nodig. Voor de slechtverstaanders: passief shoppen houdt in dat iemand anders je kleren aanreikt en jij dan beslist of ze de moeite waard zijn om te passen. Nog voor Cindy mij de eerste jas kon aanprijzen als het ware haute couture, werd ze weggeroepen door het mooie meisje. “Ik kom zo terug“, riep Cindy mij nog toe.

Echter, het was niet Cindy maar mijn oogflirt die mijn richting uitkwam. “Cindy moest iets doen, ik kom u verder helpen”, zei ze vriendelijk. Wat? Pulletjes opvouwen? Dacht ik te zeggen toen ik Cindy bezig zag in de achtergrond, maar slikte mijn woorden in. “Ik zoek een jas, een stoffen jas, geen plastieken” zei ik tegen Julie; naamkaartje weet je wel. “Je hebt geluk”, zei ze, “voor mensen met jouw figuur is er altijd veel keuze”. Ze toonde me een eerste model. “Dit is dus wat ik noem een plastieken vest; ik wil een stoffen vest”, vertelde ik haar. Terwijl ze haar zoektocht verder zette naar een stoffen jas begon ze vragen te stellen. “Woon je in Gent of studeer je in Gent?”. Ik vertelde haar dat ik inderdaad op de UGent zat en welke richting ik deed. Ik kaatste de vraag terug. “Ja, Farmaceutica, 2e bachelor. Dit is mijn weekendjob.” antwoordde ze met haar zachte stem. “Oei, een farmaseutje” maakte ik de grap die ik zeker al tien keer gemaakt had in het verleden. Ze lachte en draaide zich om met een jas in haar hand: “Wat vind je hiervan, filoloog?”. “Goed, je snapt wat ik zoek, nu nog een mooi model uitkiezen” trok ik haar goede smaak in twijfel. “Zeg, moeilijken”, zei ze op een plagerige toon, en ze zocht verder. Mogelijk zei ze daarna nog iets, maar ik was te hard gefocust op haar mooi gevormd achterste omdat nog te horen.

De zesde jas wou ik wel eens aanproberen. Ze hield ‘m mij voor, zodat ik enkel nog mijn armen door de mouwen hoefde te steken. Ik keurde de jas in de spiegel en knikte goedkeurend. “Doe hem eens toe”, beval Julie mij en ze voegde zelf de daad bij het woord. “Het is belangrijk dat de jas goed aansluit, maar toch niet te strak zit.” Ik stamelde iets dat als “euhmhmm” moet geklonken hebben. “Jah, ik ben nog geen experte in mannen jassen, maar alleen door te oefenen zal ik het leren” zei ze op een ondeugende toon waarna ze me aankeek, haar wenkbrauwen één keer snel optrok en met haar tong sensueel haar lippen nat maakte. Mannen jassen… zou ze… neen… of toch?

Ik liet haar verstaan dat de jas goed zat, maar ze stelde toch voor om zelf  eens te voelen. Veel tijd om na te denken over hoe in godsnaam ze dat zou doen had ik niet; het leek wel alsof mijn denkgedrag op mijn gezicht af te lezen viel. “Ik ga met mijn hand voelen hoeveel ruimte er zit tussen uw lichaam en uw jas”. Ze wachtte niet op mijn toestemming om tot deze daad over te gaan en liet haar hand langs de voorkant onderaan mijn jas binnenglijden. Hierbij streelde ze een plek die bij elke gezonde man nogal gevoelig is. Ik beet op mijn lip en keek even weg; maar in mijn rechterooghoek bemerkte ik haar ondeugende glimlach.

Na een grondige betasting was Julie zeker; de jas zat als gegoten. Ik besloot tot kopen over te gaan en wandelde naar de kassa terwijl Julie de “privé” binnenging. Ik rekende af en stopte de rekening samen met het wisselgeld in mijn portefeuille, waarna ik mijn fietssleutje in de hand nam. “Wacht”, riep Julie -ik herkende haar stem inmiddels wel- me na. Ze stapte op me toe en deponeerde een opgevouwen briefje in de zak waar mijn jas zat. Waarna ze afscheid nam met de woorden: “Bedankt en tot ziens.”. Dat ze dit zei met een zeemzoeterige ondertoon hoefde ik eigenlijk niet meer te melden. Helemaal van mijn melk, maar wel met een glimlach op mijn gezicht fietste ik naar mijn kot.

 

 

We zijn nu twee weken verder en ik, ik ben heel erg tevreden met mijn nieuwe jas. Hij past werkelijk perfect. En de Zakkenman? Die loopt nu rond met een zak met daarin het telefoonnummer van een geile farmaceute.

Petitie voor daklozen

Het begon allemaal zo’n paar weken geleden niet ver van mijn dakstudio aan het station. Ik was op weg naar de bakker toen ik werd tegengehouden door een jongen van vreemde origine; ik schat 14 jaar; met de vraag of ik een ‘petitie voor daklozen’ wou tekenen. Nu, omdat je voor je het weet een boot en een huis koopt met een krabbel, vroeg ik wat dit precies inhield. Een petitie voor daklozen? Wat willen ze ermee bereiken? Het openen van een opvangtehuis? De jongen bleek echter geen zin te hebben in een uitleg en duwde zonder een woord te zeggen het papier met balpen in mijn handen. Ik monsterde het papier met de hoop meer te weten te komen over de inhoud van het project. Tevergeefs; ik zag een slordig blad met een titeltje en kolommetjes voor naam; adres; telefoonnummer en handtekening. Ik was echt wel in een goede bui dus ach; waarom niet.
Net voor de pen het papier raakte om de eerste letter van mijn naam te laten verschijnen zei de jongen: “€2″. Ik vroeg nog eens: “Wat?”, waarop de jongen wederom “€2″ antwoordde. Ik stopte hem zijn petitie en balpen terug in de handen met de woorden: “Neen, laat dan maar” en vervolgde mijn weg naar de bakker. €2 voor het tekenen van een petitie voor daklozen? Ik stelde mij danig vragen bij deze zogezegde petitie dat ik bij de bakker bijna €2 vroeg ipv. twee chocoladekoeken met banaan.

Even op een rijtje: Petitie voor daklozen :
- Inhoud onduidelijk
- Geen uitleg te bekomen
- Slordig papier
- €2 te betalen als je de petitie wil ondertekenen
- Bedrag werd niet op voorhand vermeld

Het woord ‘oplichterij’ spookte door mijn hoofd. Op mijn terugweg merkte ik dat de jongen niet alleen handelde, maar dat er ook nog twee meisjes de mensen aanspraken voor deze petitie. Een dertiger, duidelijk gehaast, kreeg het verwijt “fils de pute” naar zijn hoofd geslingerd door één van deze meisjes wanneer hij haar vlug afwimpelde. Het andere meisje noemde een niet onknappe studente een “vuile hoer”. Deze jongedame onderbrak haar wandel, draaide zich om en riep: “Wablieft?!”. Ik kruiste de studente en zei haar dat ze het moest negeren. “Jamaja zeg, mij zomaar een hoer noemen”, repliceerde ze. Ik legde haar kort uit dat het zaakje naar mijn mening niet pluis was en daar leek ze genoegen mee te nemen. Ze zette er weer de pas in; helaas zonder haar telefoonnummer achter te laten.

De week die volgde zag ik de jongeren, ze waren nu al met 5, weer in de buurt rond het station. Ondanks mijn poging kon ik een lid van de bende niet meer ontwijken. Ik zei dat ik niet geïnteresseerd was en werd daarvoor vriendelijk bedankt met een “klootzak”.
Nu was ik het zaakje al bijna vergeten toen ik gisteren tot mijn verbazing hoorde: “meneer, petitie voor daklozen”. Jawel, daar stonden ze dan in een iets oudere versie. In de Blandijn dan nog wel. Op slinkse wijze maakte ik mij uit de voeten.

Nu vraag ik mij terecht af hoe het nu zit met die petitie voor daklozen. Wat houdt ze in? Is ze nep? Of maken sommigen handig misbruik van deze gelegenheid om wat euro’s op te halen?
Google bracht me bij dit artikel.

U weze gewaarschuwd.

2008

Jaja, het is zover, het einde van 2008. Ik ga het kort houden, 2008 was een absoluut kutjaar. Het minste jaar uit mijn leven tot nu toe. Het kan dus enkel beter; en indien niet mogen jullie volgend jaar mijn kist komen groeten.

Gelukkig Nieuwjaar iedereen!

11 oktober

 - 11 oktober. De laatste keer dat ik blogde dateerde van twee dagen na mijn verjaardag, zo merk ik hierjuist. Ik werd er wel eens op gewezen, maar de inspiratie ontbrak. Hoewel het aantal drafts ondertussen ontelbaar zijn, verscheen er lange tijd niets. Nu merk ik dat de volledige lay-out van wordpress is aangepast. Bah. Verandering.

Mijn langdurige afwezigheid heeft ervoor gezorgd dat ik enkele zeer blogbare thema’s heb laten passeren; een kort overzicht:
- Barack Obama en de presidentsverkiezingen in de VS
- Forel met botersaus en Jeroen Meeus
- Beurscrisis
- Yves Leterme en de regering
- Ernst-Paul Hasselbach
- Music For Life

Ik heb nu wel nog enkele blogideetjes, we zien wel wat ik er mee doe.

De Groene Leeuw

Zijn verhaal begint eind jaren ‘60. Kleiner dan de gemiddelde mannenstandaard nu en ook vrij zwaar gebouwd; hoewel dat voor die tijd wel normaal was veronderstel ik. Zeker tot de hogere klasse behorend en dus toch met een zekere gratie. Hij had altijd wel een antwoord op de verschillende situaties waarin hij terechtkwam. Grote ups en downs waren hem vreemd, hoewel ik er niet aan twijfel dat hij die toen ook zou aangekunnen hebben. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat hij met grote regelmaat op de weg te vinden was. Van God naar her over het West-Vlaamse land. Regen, wind, sneeuw; niks hield hem tegen.

Eind jaren ‘70 verhuisde hij naar Gent, waar hij betrokken werd in het leven van de student. Zijn glans had hij misschien al grotendeels verloren, maar hij mocht er wel nog zijn. Hij was nog steeds zeer vlot in omgang en was dus ook dagelijks op pad. Enkele kwaaltjes staken al eens de kop op, maar niks onoverkomelijk.

Vijf jaar vertoefde hij in het mooie Gent. De vele kasseien, de Coupure, Blandijn,… . Herinneringen die hij voor eeuwig met zich meedraagt. Daarna verhuisde hij meermaals van locatie om uiteindelijk een beetje weg te deemsteren in Geraardsbergen.

 

In 2007 echter keerde hij terug naar Gent, een tweede leven zeg maar. Weer raakte hij betrokken in het studentenleven. Maar de dingen zijn niet meer zoals ze waren in de late jaren 70. Qua uitstraling stond hij nu onderaan de ladder en het gemak waarmee hij zich ooit verplaatste was verleden tijd. Kwaaltjes veranderden in zware problemen. Oplapwerk, zo blijkt.
Anno 2008 lijkt het einde nabij. Zolang het niet te moeilijk is kan hij overal naartoe. Het wordt echter problematisch als de blandijnberg op de route ligt. Tegen een slakkentempo en met veel gekraak lukt het uiteindelijk wel, maar de jaren beginnen te tellen. Time is money, en steeds voorbijgestoken worden door anderen.. aangenaam is anders.

 

Zodus, heeft er iemand een nieuwe fiets voor mij?

Onthaaste schooldagen

Mieke Vogels (Groen!) kwam niet zo lang geleden af met het voorstel om ‘onthaaste schooldagen’ in te voeren. “De ‘onthaaste schooldag’ waarbij de leerlessen worden afgewisseld met keuzeactiviteiten zoals muziek, tekenen, toneel en waarbij onderwijs én kinderopvang én buitenchoolse activiteiten op 1 plaats gecentraliseerd worden, zorgt ervoor dat alle kinderen weer meer ruimte krijgen om te spelen en ontspannen te leren.” Of zoals Marc De Bel het fraseerde: “Een schooldag met één derde aandacht voor het hoofd, één derde voor de handen en één derde voor het hart.” De kinderen brengen van 8uur ’s morgens tot 18uur ’s avonds op school door. Maar de ouders kunnen zelf kiezen wanneer ze hun kinderen afzetten tussen 8uur en 9uur en kiezen wanneer ze ze komen halen tussen 17uur en 18uur. Ze willen kinderen en jong-volwassenen dus meer stimuleren om creatief te zijn e.d. .

 

Zever vind ik het. Kinderen onnodig langer op school houden. In de lagere school kan je zoiets misschien nog toepassen, maar toch niet in het middelbaar onderwijs? Pubers hebben een hekel aan school, ze tellen de minuten af tot de bel verlossing brengt om daarna hun tijd naar hun mening ‘nuttig’ te besteden. De maatschappij is zo geëvolueerd dat (jong-)adolescenten na school zélf hun activiteiten plannen. Kinderen worden steeds rapper volwassen en beslissen al rapper zelf wat ze willen en wat ze niet-willen. Of die evolutie positief is laat ik in het midden. ‘Kinderen creatief te laten zijn.’ En als het kind dat nu niet is? Ga je punten zetten op dat ‘creatief zijn’? Is enigszins nodig wil je een goede medewerking van je leerlingen. Anderzijds kan een goede student die allesbehalve creatief is hierdoor zijn puntentotaal naar beneden halen. Wat dan niet tot onthaasting maar tot stress zou leiden. Punten zorgen voor stress; geen punten zorgen voor desinteresse. Het is nogal ruw geschetst, maar met een flinke schep realiteitszin.

 

Wat je zelf doet, doe je meestal beter!
En dus speel ik voor één keer minister van onderwijs en verander ik het schoolsysteem naar eigen goeddunken. Als voorbeeld neem ik het 6e middelbaar moderne talen – wetenschappen spaans. Aangezien ik dit zelf gevolgd heb uiteraard en dus mij nog min of meer kan herinneren. Alhoewel ik toch wat heb zitten sukkelen met het aantal uren en daarvoor deskundige hulp heb ingeroepen van buitenaf (dank Melissa), denk ik dat dit een min of meer representatieve verdeling is van het aantal uren zoals het nu is.

 

 

Wiskunde: 4; Fysica: 2; Chemie:1; Biologie; 2; Nederlands: 5; Frans: 4; Duits: 2; Spaans: 1; Engels: 3; Esthetica: 1; Godsdienst: 2; Geschiedenis: 2; LO: 2; Aardrijkskunde: 2.

De schooldag duurt van 8h25 tot 15h55 en woensdag is er een 5e lesuur waardoor de schooldag duurt tot 13h. Lessen duren 50 minuten; in de voormiddag is er pauze van 15minuten; in de namiddag geen. De middagpauze duurt ongeveer een uur en half. Totaal 33 lesuren per week.

Nu doe ik het volgende. LO en Esthetica worden afgeschaft, Godsdienst wordt “Algemene vorming”. We hebben nu nog 30 uur les per week. School begint om 7h55.

-Op gewone weekdagen: 1: 8h tot 8h55, 2: 9h tot 9h55, pauze: 15min., 3: 10h10 tot 11h05, 4: 11h10 tot 12h05. Eetpauze van 30min. 5: 12h35 tot 13h30; 6: 13h35 tot 14h45. Einde school.

-Op woensdag: 1: 8h tot 8h55, 2: 9h tot 9h55, pauze: 15min., 3: 10h10 tot 11h05, 4: 11h10 tot 12h05. pauze: 10min. 5: 12h15-13h10. Einde school.

De schooldag duurt van 7h55 tot 14h45 en woensdag is er een 5e lesuur waardoor de schooldag duurt tot 13h10. Lessen duren 55 minuten; in de voormiddag is er pauze van 10 minuten; in de namiddag geen. De middagpauze duurt 30 minuten Totaal 29 lesuren per week.

 

 

De aandachtige lezer merkt terecht enkele dingen op. De vijf minuten tussen elke les blijven behouden, maar de lessen duren nu 55 minuten ipv. 50 minuten. Dit omdat er vaak toch nog veel tijd verloren gaat bij het binnenkomen en ik mij herinner dat niets zo irritant was als nog na het belsignaal van de leswisseling in alle haast je schoolagenda te moeten inschrijven. Die extra 5 minuten geven dus ruimte daarvoor, al zou dat in praktijk weer amper nageleefd worden. Een tweede punt is dat ik maar aan 29 lesuren per week kom, terwijl ik er 30 nodig heb. Opnieuw, dit is opgelost door het laatste lesuur van elke normale weekdag te verlengen met 15min. 4×15min. = 60min. Dit vergt een beetje puzzelwerk voor de scholen, maar het is zeker niet onoverkomelijk.
Ik heb de middagpauze stevig ingekort om enkele redenen. Een halfuur is lang genoeg om je middagmaal te verorberen; het geeft jongeren minder de kans om ’s middags nog vlug hun huiswerk over te schrijven en het is een oplossing voor het geklaag van de scholen over hun scholieren die ’s middags in de stad rondlummelen en op café zitten.

 

Waarom heb ik LO en Esthetica afgeschaft?
L.O. op school is vaak een klucht. Je verliest al een half uur met je om te kleden, vaak moet je je nog verplaatsen omdat er op school niet genoeg ruimte is of de faciliteiten niet ter beschikking zijn. Kortom, hoeveel minuten zou je effectief bewegen tijdens de les L.O.? Niet zo veel, dus weg ermee.
Esthetica wordt opgeslorpt door het vak “Algemene Vorming”. Wat houdt dat nu juist in? Algemene vorming is een vak dat redelijk vrij in te vullen is door de schoolgemeenschappen zelf. Het moet een stuk cultuur meegeven, waardoor er dus nog steeds ruimte is voor de wereldgodsdiensten en ook voor kunst, muziek, architectuur ( zie hier het element ‘esthetica’ terugkomen ). Daarnaast is er ook ruimte voor gastsprekers, jawel. De bedoeling is een groter contact tussen de school en de verenigingen. Om zó jongeren aan te sporen om zich te ontplooien. Dit kan voor alle gebieden, zowel sport als theater, muziekschool e.d. . Eventueel kunnen scholen deze twee uur “Algemene Vorming” gebruiken om enkele weken te gaan sporten als ze dat wensen. Dit is dus zeer ruim. Tegelijk stimuleer je de jongeren ook om ‘zichzelf te ontplooien’ en doordat de schooldagen korter zijn hebben scholieren hiertoe meer kans. Ze komen vroeger thuis -je wint een dik uur- en hebben dus meer ruimte om hun schoolwerk en activiteiten te combineren. Het is ook veiliger op de baan, want de grote massa volwassenen zit nog op hun werk. Ook het busverkeer die de jongeren huiswaarts brengt zal stukken vlotter verlopen. Kinderen van het middelbaar zijn heden ten dage al volwassen genoeg om op eigen houtje naar huis te gaan en indien niet is er nog altijd de na-schoolse opvang. Ik los in één klap dus nog een pak problemen op.

 

Zo, een verbetering op alle vlakken. Minister Vandenbroucke mag mij bij deze contacteren en dan regelen we wel iets.

Groentje

Als een waar groentje begaf ik mij gisteren naar de Blandijnberg. Introductiedag, en die ‘dag’ mag je wel heel letterlijk opnemen. In tegenstelling tot vorig jaar bij de introductiedag van de Rechten, waar deze al na een paar uur afgelopen was, eindigde mijn laatste infosessie pas om 17h45. Algemene sessies en taalspecifieke sessies, met weliswaar wat tijd tussen, maar toch.

Het gaf een raar gevoel om daar tussen al die eerstejaars studenten te staan; de kliekjes vriendinnen die zuchtten dat ze het nu al niet meer zagen zitten en de stoere gastjes die het nodig vonden om tijdens de infosessies hun volledige desinteresse te laten blijken. Het leek wel exact een jaar terug toen ik in NBII zat in de universiteitsstraat. Zelfde soort speech. “Het is belangrijk dat je de leerstof goed bijhoudt. Je zou van de eerste week al goed moeten beginnen.” Waarna er een soort van gerommel en licht gelach door het auditorium ging. Terecht?

Ik besef dat ik vorig jaar onvoldoende heb gestudeerd onder het jaar. Maar erg neem ik dat mijzelf niet kwalijk; onervarenheid en andere factoren hebben dat in de hand gewerkt. Nu ik een jaar ‘rijper’ ben, weet ik wel beter. En zeker nu ik talen studeer wordt het nog belangrijker om goed mee te zijn. Het sterkt mij in mijn geloof dat ik het dit jaar beter ga doen. En met beter bedoel ik veel beter, want voor ‘gewoon beter’ ligt de lat vrij laag, I must admit. Waarmee ik dus bedoel dat ik vorig jaar niet zoveel punten heb gesprokkeld..

Toch zullen er wel weer zijn die in de val lopen; zich laten verrassen. En ik hoef dat helemaal niet erg te vinden. Hoe minder er afstuderen, hoe beter! Dus laat ik mij vooral op mezelf focussen.

 

Bijna maandag!

Oudere Berichten »